danser: Sara Erens

16 Dances
Dance Works Rotterdam & Ives Ensemble

Voorpremière 8 oktober 2003
festival John Cage: Puur Toeval te Frascati, Amsterdam
Première 23 maart 2004, Rotterdamse Schouwburg

choreografie Ton Simons
muziek John Cage: ‘Sixteen Dances for Soloist and Company of Three’ (1950-1951)
lichtontwerp Kees van Leeuwen
kostuumontwerp Edith Ordelman
dirigent Richard Rijnvos
artistieke leiding John Snijders (Ives Ensemble), Ton Simons (Dance Works Rotterdam)

duur 50 minuten

Ton Simons over 16 Dances “De acht dansen met een titel heb ik op uitnodiging van het Ives Ensemble gechoreografeerd voor het festival ‘John Cage: PUUR TOEVAL’ 2003 in Amsterdam.
Deze dansen zijn niet bedoeld als een letterlijke verbeelding van de genoemde emotie. De titels vormden een referentiekader voor de emotionele ‘kleur’ van de abstracte bewegingen. De ‘Interludes’ zijn gechoreografeerd voor deze serie voorstellingen. Het zijn acht collages die met behulp van een aantal verschillende toevalsprocedures zijn samengesteld uit bestaande en nieuwe fragmenten.

Bij het maakproces had ik de muziek van John Cage tot mijn beschikking. Met Cage’s denkwijze van wederzijdse onafhankelijkheid in gedachten, heb ik de dans niet direct gerelateerd aan de muziek. Desalniettemin beïnvloedden de poëtische kwaliteit en de tijdsstructuur van de muzikale compositie het proces in de studio. Verder heb ik het niet kunnen laten om incidenteel een choreografisch moment te verbinden aan een specifieke klank in Cage’s compositie. De belichting voor de getitelde dansen bestaat uit een serie veranderingen, gemaakt met toevals-procedures, voor een wisselend aantal lampen zonder kleur. In contrast hiermee hebben de ‘Interludes’ een statische belichting en een gekleurde achterwand.“

‘Sixteen Dances for Soloist and Company of Three’
voor fluit, trompet, piano, 4 slagwerkers, viool en cello

‘Sixteen Dances for Soloist and Company of Three’ (1951) is een sleutelwerk in de samenwerking van John Cage en Merce Cunningham. Henry Cowell beschreef welk een mijlpaal John Cage aan het begin van de jaren vijftig had bereikt. Het door Cage al in 1940 geformuleerde idee dat elke klank als wezenlijk verschillend en onafhankelijk moet worden beschouwd van elke andere klank, vond gaandeweg zijn weerslag in het componeren met klankverzamelingen. In die zin is het zestiendelige ballet ‘Sixteen Dances for Soloist and Company of Three’ te beschouwen als een laatste stap naar het componeren met toevalsoperaties. In feite voltrok de intrede van het toeval in zijn muziek zich geleidelijk, toen ook de techniek van het werken met klankverzamelingen tot rijping was gekomen. Het gebruik van het Chinese hexagram van de Yì Jing hangt in eerste instantie nauw samen met de garantie van het hierboven door Cowell zo treffend omschreven idee van ‘no-continuity’: de onvoorspelbare opeenvolging van klanken uit een van te voren bepaalde verzameling.

Voor John Cage lijkt een korte serie klanken, of zelfs een combinatie daarvan, in zichzelf volkomen te zijn en een hoorbare ‘gebeurtenis’ te vormen. Maar hij gebruikt niet de conventionele bouw van muziek, waarin zulke gebeurtenissen aan elkaar gerelateerd zijn door geplande ritmische, melodische en harmonische opeenvolging om te produceren wat we gewend zijn te beschouwen als een organisch muzikaal verloop. In plaats daarvan, omdat Cage elke muzikale ‘gebeurtenis’ ziet als een entiteit op zichzelf die geen voltooiing behoeft, plaatst hij deze [gebeurtenissen] eenvoudigweg achter elkaar en ziet hij ze als aan elkaar gerelateerd door hun co-existentie in de ruimte, waar ze zijn neergezet in een geplande tijdsvolgorde.

Dat ‘Sixteen Dances for Soloist and Company of Three’ niet klinkt als het droge aaneenrijgen van klinkende kralen, heeft alles te maken met het feit dat Cage zijn techniek met de nodige vrijheid gebruikt. De titels van acht van de ‘Sixteen Dances’ zijn ontleend aan de benamingen van de emoties in de Indiase filosofie. Door het inzetten van dynamiek, ritmiek en stilte als expressiemiddel, hebben de dansen een eigen karakter gekregen. De tiende dans is zelfs een soort blues, terwijl in de twaalfde een ‘folk song’ lijkt te klinken. (Anthony Fiumara)

Klik hier voor recensies.


Ives Ensemble, Caroline Harder, Anton Pankevitch